AUTO

in mijn oorlogslichaam heb jij

je hand op mijn dijbeen en ik

slaap in de auto

op deze slagveld-rit bepalen we niet

waar we heengaan, alleen

weg van deze godvergeten

plek

achter ons laten we een

brandende stad; de

vlammen hoog. zijn wij de

zachtheid niet meer waard? we

proberen de duisternis uit

onze mond te houden

ik zie bloed als

zand; aderen een

zandloper-horloge,

tijd gespreid als een meisje op

mooie lakens en

geen van ons weet iets

van gevaar. is ze dood of

aan het wachten

we vouwen doodskisten met onze

vingers, maken van onze palmen

een rustplaats en

tussen onze ribben,

altijd een moeder, wachtend ons

te vertellen een jas aan te doen

ik slaap nog steeds. ik ben er

nog steeds. in deze versie van

de waarheid ben ik alleen maar

tanden en geen tong. ik verkoop

de huid voordat ik het hert

schiet, lik mijn lippen voordat

ik eet, praat over liefde alsof ik het

gezien heb

opnieuw, bloed als zand,

zandloper-horloge, hand op mijn

dijbeen.

je zegt dat we nergens heen-

gaan maar we zijn

wel

op weg